Toegankelijkheid, digitale inclusie

Digitale Inclusie. Wat houdt dit nu precies in? We communiceren in Nederland steeds meer digitaal. Dat heeft een grote invloed op het leven van iedereen. Technologie kan ons land klaarmaken voor de toekomst. Het biedt kansen. Maar voor veel mensen gaan de ontwikkelingen erg snel. Soms weleens té snel. Iedereen zou toch mee moeten kunnen? Ook de inwoners die extra hulp nodig hebben.

Rond de 2,5 miljoen Nederlanders vinden het moeilijk om te werken met digitale apparaten, zoals een computer, smartphone of tablet. 1,2 miljoen Nederlanders hebben nog nooit internet gebruikt. Ook op het werk zorgt digitalisering vaak voor problemen. Soms zorgt het ervoor dat mensen hun werk niet goed kunnen doen.

Overheidsinstellingen zullen in de toekomst in toenemende mate digitaliseren. Dit biedt de mogelijkheid om dienstverlening te verbeteren en nauwer aan te laten sluiten op de behoeften van inwoners. De overheid streeft in deze transitie naar laagdrempeligheid: de digitale overheid moet zodanig zijn ingericht dat deze voor zoveel mogelijk mensen begrijpelijk en toegankelijk is. Tegelijkertijd stelt het ook eisen aan vaardigheden van inwoners. Zij moeten voldoende digitaal vaardig en zelfredzaam zijn om met de overheid te kunnen communiceren. 

Hoe herken je mensen die minder digitale vaardigheden hebben?

  • Spreekt iemand de taal?
  • Kan iemand lezen en schrijven? Vraag of de inwoner of ondernemer zijn/ haar naam en adres wil noteren.
  • Heeft iemand toegang tot computer en internet? Vraag of de inwoner of ondernemer beschikt over een computer met internet en vraag of de inwoner of ondernemer zijn/haar e-mailadres opschrijft
  • Beschikt iemand over instrumentele, structurele en strategische vaardigheden? Vraag of de inwoner of ondernemer op de gemeentelijke website heeft gekeken en of hij/zij wist dat de vraag ook via internet had kunnen worden afgehandeld.
  • Wil iemand wel digitaal zakendoen met de gemeente? Vraag of de inwoner of ondernemer graag digitaal zaken doet met de gemeente. 

Feitjes op een rij

  • 12% van de burgers beschikt niet over de basisvaardigheden om online persoonlijke zaken te kunnen regelen (kunnen e-mailen, een zoekmachine kunnen gebruiken, een aankoop kunnen doen, kunnen internetbankieren). Het gaat hierbij in meerderheid om 65-plussers en om lager opgeleiden.
  • De overige vier groepen beschikken wel over digitale basisvaardigheden, echter ze verschillen in de mate waarin ze in staat zijn hun persoonlijke zaken online te regelen.
  • 19% is niet in staat om persoonlijke zaken online te regelen. Denk hierbij aan de belastingaangifte, het indienen van een zorgdeclaratie of het aanvragen van een ov chipkaart. Men heeft hiervoor ook geen ondersteuning in de omgeving.
  • 18% is hier ook niet toe in staat, maar kan wel beschikken over hulp van familie, vrienden of kennissen. • Voor beide groepen geldt dat het probleembesef beperkt is: men denkt dat men tot alles in staat is, totdat naar specifieke acties wordt gevraagd. Daarnaast let men vaak onvoldoende op veiligheid: men is weinig alert op phishing, werkt met onveilige instellingen en/of weet niet wat te doen bij calamiteiten.
  • 20% is wel in staat om de persoonlijke zake online te regelen, maar heeft net zoals de hierboven beschreven groepen te weinig oog voor veiligheid.
  • 30% is zowel digivaardig, werkt veilig en kan alle persoonlijke zaken online regelen. Het gaat hierbij bovengemiddeld vaak om jongeren en mensen van middelbare leeftijd, hoger opgeleiden en werkenden.

*Bron: "Digitale inclusie: iedereen moet mee kunnen doen." NL DIGIbeter, december 2018. 

*Bron: "Digitale inclusie: een onderzoek naar digitale vaardigheden en behoefte aan ondersteuning".  Directie Informatiesamenleving en Overheid (DI&O) Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties., januari 2019. 

*Bron: "VNG Digitale inclusie: aan de slag met gemeentelijke online dienstverlening". VNG realisatie, januari 2019. 

Hulp nodig met het toegankelijk maken van de online dienstverlening van jouw organisatie?