Omgevingswet, Participatie

Het is de bedoeling dat alle overheden die bij een leefomgeving zijn betrokken sámen beleid gaan maken, gaan plannen, die plannen gaan uitvoeren en gaan evalueren. Met elkaar, maar ook met de samenleving.

Daarom treedt in 2021 de Omgevingswet in werking. Die wet biedt zoals dat heet “de instrumenten om de fysieke leefomgeving en de activiteiten daarin te reguleren”.

 Dat klinkt goed, maar met wet- en regelgeving alleen gaat dat natuurlijk niet lukken. Het Programma ‘Aan de slag met de Omgevingswet’, een samenwerkingsverband van gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk, noemt op haar website www.aandeslagmetdeomgevingswet.nl drie aanvliegroutes om de bedoeling áchter de wet tot een succes te maken:

  1. de Omgevingswet zelf
  2. het digitale stelsel Omgevingswet (DSO)
  3. ‘anders werken’

Die drie aanvliegroutes hangen nauw met elkaar samen. Dat maakt het tot een sluitend geheel, maar dat maakt het ook weer groot en complex. Laten we daarom eens inzoomen op het onderdeel ‘anders werken’. 

Anders werken

Het programma noemt drie manieren om ‘anders’ te gaan werken:

  1. regionaal samenwerken in de keten
  2. integraal werken
  3. participatie

 ‘Regionaal samenwerken’ gaat vooral over de samenwerking tussen overheden onderling. Dat is al niet eenvoudig, maar het wordt nog lastiger als er ook rekening moet worden gehouden met belangen van burgers, vertegenwoordigers van bedrijven, professionals en maatschappelijke organisaties. In de praktijk gaat ‘integraal werken’ dan vaak ook nog vooral over de samenwerking tussen overheden onderling. Dat is misschien wel begrijpelijk, maar niet de bedoeling. ‘Participatie’ is immers een wezenlijk onderdeel van de Omgevingswet. Laten we daarom eens verder inzoomen op dat onderdeel.

Participatie

Participatie is met de Omgevingswet niet vrijblijvend. In de wet en in het Omgevingsbesluit staat wat er geregeld moet worden, maar niet hóe. Gelukkig biedt het programma ook hier handvatten. De Inspiratiegids Participatie Omgevingswet zoomt in op participatie in de wetgeving en biedt een mogelijke aanpak voor elke fase van een omgevingsproces. Daarnaast zijn er veel praktische hulpmiddelen en voorbeelden uit de praktijk beschikbaar. Een schat aan informatie en praktische hulpmiddelen.

Toch blijven er nog een paar kernvragen over die niet helemaal worden beantwoord: Hoe bereik je nu die burgers, vertegenwoordigers van bedrijven, professionals en maatschappelijke organisaties? Hoe betrek je ze nu echt? En hoe zorg je dat ze de volgende keer weer meedoen?

Het antwoord op deze vragen klinkt wellicht bekend: stel de gebruiker centraal. Anders geformuleerd: er is voor ‘de gebruiker’ áltijd een aanleiding om contact te hebben met ‘de overheid’, er is áltijd een doel dat de gebruiker daarmee wil bereiken, en er is áltijd een klantreis om vanuit die aanleiding tot dat doel te komen.

De klant centraal; hoe dan?

Kort door de bocht: faciliteer de klantreis en je stelt de gebruiker centraal. De echte vraag is daarmee: hoe dan?

  • Door als overheid, op basis van beleid, per ‘geval’ te bepalen welke rol je wilt spelen: initiërend, regulerend en controlerend, participerend of faciliterend, en dit aan ‘de gebruiker’ te laten weten. Daarmee geef je als overheid ook aan wat je in dat ene geval van ‘de gebruiker’ verwacht.
  • Door als overheid vanuit die rol per keer te bepalen wie ‘de gebruiker’ is en hoe die gebruiker het beste bereikt kan worden. Dat vraagt natuurlijk om het vermogen om je in te leven in de belangen van de verschillende betrokkenen, maar je moet ook weten waar die gebruiker dan zit. ❗Newsflash❗ niemand komt ‘zomaar’ naar jouw website; zoek ‘de gebruiker’ op, bijvoorbeeld via social media, en neem hem of haar mee naar de website.
  • Door interactie met ‘de gebruiker’ te faciliteren. Dat kan via social media, door een bijeenkomst te organiseren, maar ook via de website:
    • Zorg ervoor dat iedereen over dezelfde informatie beschikt. Wat kan er op een bepaalde plek wel of niet? Wat gaat er op een bepaalde plek gebeuren, en waarom?
    • Zorg ervoor dat die informatie kan worden gebruikt om te reageren.
    • En natuurlijk: doe iets met die reactie en laat dat ook weer weten.

Wat vindt Nederland?

Ik ben nieuwsgierig hoe ver jouw organisatie is met de voorbereidingen voor de participatie in de Omgevingswet.

Wil jij jouw ervaringen delen? Vul hier de enquête in en lees in mijn volgende de uitkomsten van dit onderzoek onder de klanten van SIM.

> VUL HIER DE ENQUETE IN

 

 

Blijf op de hoogte!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!